TekstBlok

verwondering en bewondering


Een reactie plaatsen

Boodschap

Hagelslag, drinkontbijt en een blik knakworsten. Met mijn boodschappenlijstje in de hand loop ik de supermarkt in. Ik loop wat verdwaasd langs de schappen. Fruit en groente zo voorbij, op naar het koelvak. Daar aangekomen blijkt het drinkontbijt niet zo snel te vinden. Daarnaast is het er druk en sta ik klem tussen een kar met pakken melk, twee winkelwagentjes en een vrouw die met een mandje in mijn rug staat te duwen. Een paar minuten later ren ik de winkel uit. Met drinkontbijt, maar zonder hagelslag en knakworsten.

Het is mijn vertrouwde supermarkt niet. Die is tijdelijk gesloten en dus moet ik wel naar deze keten toe. Daarnaast is boodschappen doen niet mijn hobby. Maar dat is niet het enige; er is iets mis met de winkel. Een paar dagen later heb ik het erover met vrienden en ook zij beamen dat de winkel niet prettig is. Er zit geen goede loop in en producten zijn niet logisch gerangschikt. En dus is een prettige winkelervaring ver weg. En dat is toch best belangrijk als je als winkelier wat wilt verkopen.

En zo is het ook met tekst. Meestal wordt er over mijn vak neerbuigend gedaan. Een tekst schrijven? Dat kan iedereen! Toch…? Ik geef toe: zomaar een paar woorden of zinnen op papier zetten dat kan iedereen. Maar of dat dan ook in foutloos Nederlands en in een logische volgorde is, dat is de vraag. En net als in die niet logisch ingedeelde supermarkt: dan haken mensen af. In dit geval de potentiële klanten die je website bezoeken. Of je cliënten die niet verder komen dan de eerste regels van je folder of brochure. En dat is zonde. Heb je net geld uitgegeven aan prachtige vormgeving of mooi drukwerk en dan leest niemand het. En komt je boodschap nooit over.

Dus; voor de dagelijkse boodschappen moet je niet bij mij zijn. 🙂 Voor het overbrengen van een boodschap wel!

 


Een reactie plaatsen

Gillend(e) gek

Harry, Liam, Louis, Zayn en Niall. Bij het noemen van alleen al die vijf namen zou ik gemakkelijk een groep meiden aan het gillen krijgen. Sterker nog, een voetbalstadion vol gillende meiden lukt ook. Barbiepoppen, fotolijstjes, pennen en schriftjes met hun hoofden erop gaan als warme broodjes over de toonbank. Want: ze zijn geliefd, gewild en enorm populair. En waarom? Omdat ze zingen. Denk ik.

Ik heb het over 1D. Jawel: One Direction. Een van de boybands die op dit moment de wereld verovert. Of beter gezegd: heel wat meisjesharten verovert. Slachtoffers in de buurt zijn al gesignaleerd: mijn nichtjes. Maandenlang konden ze het over niks anders hebben: het concert van hun favoriete groep. Het geweldige familie-uitje naar Disneyland Parijs, vlak voor het concert, verbleekte compleet bij de droom van een podium met vijf zingende en dansende jongens. De jongens op de tientallen posters boven het bed zouden eindelijk tot leven komen!

Ik zou nu heel volwassen kunnen schrijven dat ik mijn nichtjes voor gek verklaar: gillen voor vijf jongens op een podium, cd’s grijs draaien, aftelkalenders voor het concert… Maar om heel eerlijk te zijn is het herkenbaar. Ik was een jaar of elf en hoorde een liedje op de radio. Dat klonk lekker. De bijbehorende videoclip op TMF was ook snel bekeken (en goedgekeurd) en zo ontstond mijn liefde. Voor de Backstreet Boys.

Alle andere boybands uit die tijd zijn inmiddels opgeheven of al drie keer weer tijdelijk bij elkaar geweest, maar de BSB zijn ‘still alive’. Sterker nog; vandaag is hun nieuwe album uitgekomen. En hoewel de tijd van gillend in de hekken hangen, tientallen posters boven mijn bed en de dagen tellen naar een volgend concert voor mij allang voorbij zijn… ga ik het album straks toch maar bestellen. En dan lekker als 31-jarige gillende gek keihard meezingen in de auto. Want volgens mijn man komt die cd het huis niet in…


Een reactie plaatsen

Uitgerukt

Ik had me voorgenomen om een prachtig verhaal te schrijven over mijn eerste uitruk bij de brandweer. Dat moest dan wel even gebeuren op de dag dat ik mee mocht lopen, juli 2012. Want: alles officieel geregeld. Maar… geen uitruk.

Ik baalde enorm, maar regelde bij de commandant dat ik vaker langs mocht komen. Zonder zekerheid op een uitruk. Want: niks officieel geregeld. Als ‘asielzoeker’ vond ik in de maanden na mijn #dagjebrandweer een plekje op de kazerne. Tussen interviews door sjeesde ik naar ‘de brandweer’ om daar te wachten op… 

Trouwe lezers van mijn blog konden in de vorige lezen dat het bijna lukte. Maar: geen plek en dus geen uitruk. 2012 ging voorbij zonder echte actie voor mij. Niet dat ik niks leerde op de kazerne. Elk moment daar was een mooie leerschool voor mij, bijdehand journalistje. In 10 jaar journalistiek in de regio was ik al behoorlijk bijgepraat over aanrijtijden, TS’en MDT’s… Maar wat het werk (of in veel gevallen de hobby) nu echt betekende, dat leerde ik de afgelopen tijd beetje bij beetje.

Tenminste, de theorie. Want over de praktijk kon ik niet meepraten, laat staan schrijven. Jaloers volgde ik meerdere malen vanuit huis de P2000-meldingen. Tot dinsdag 8 januari 2013, 14.13.08 uur, automatische melding in een woonzorgcentrum.

Een beetje verdwaasd ren ik de remise in, peuter de veters van mijn schoenen los en prop me in de broek die klaar staat. Jas aan, helm op. En daar sta ik weer, te springen naast een brandweerauto. Om te voorkomen dat ik er weer uitgerukt moet worden vlak voor vertrek, zoek ik nu een heenkomen naast de auto. De zwaailichten gaan al aan als iemand roept: ‘Kom’ en ik de auto word ingesleurd.

Tijd om te beseffen dat ik nu echt een uitruk meemaak heb ik niet. Ik dacht altijd: dat is vast even genieten van over de weg scheuren met zwaailicht en sirene aan. De praktijk blijkt anders. In een korte tijd worden de gezellige mannen met wie ik net nog relaxed heb geluncht een geoliede machine.

Ik zit tussen twee vrijwilligers en verwonder me over de snelheid en nauwkeurigheid waarmee de pakken worden ‘gevuld’ met benodigdheden: zaklamp, koolmonoxidemeter. De ademluchtflessen gaan om. De bevelvoerder heeft contact met de meldkamer en verwerkt daarnaast de informatie die al binnen is gekomen. Hoe rijden? Waar parkeren? Wie gaan er eerst mee naar binnen? Wat is het plan?

Er wordt nog even gediscussieerd over de beste parkeerplek, maar de beslissing wordt snel en kordaat genomen door de bevelvoerder. De chauffeur houdt ondertussen zijn hoofd koel en rijdt verder, blik op de weg.

En dat alles gebeurt in een klein minuutje.

Bij aankomst knipper ik met mijn ogen en voordat ik het weet staan er al drie man binnen. Ik sta naast de auto te wachten. Een van de beroeps legt me uit dat ik bij echte actie zometeen het beste bij de chauffeur kan blijven om hem, eventueel, te helpen. Ik bedenk me dat ik niet zou weten waar ik mee kan helpen. Alles gaat zo snel en zo gesmeerd, daar kan ik vast niks aan bijdragen.

Even later wordt duidelijk dat de melding meevalt: een bewoonster wilde oliebollen opwarmen en dat zorgde voor wat rookontwikkeling. De jassen gaan los en we stappen weer in de auto. Daar gaat de discussie over de beste parkeerplek nog even door. Het blijkt dat de beste keuze is gemaakt. Netjes worden we weer afgeleverd op de kazerne. De bevelvoerder draait zich nog even om en zegt: ‘Mannen en vrouw, bedankt voor jullie inzet weer en tot de volgende keer…’ En ik denk: graag!

 


Een reactie plaatsen

Bijna

Dinsdag 18 december. 6.20 uur. Ik word wakker met een gevoel dat het vandaag weleens zou kunnen gebeuren. Sterker nog, volgens mij is het er echt een dag voor. Er hangt iets in de lucht. Ik trek mijn kleding aan en twijfel over het rokje. Zou dat wel passen? Na wat getrek blijkt het rokje flexibeler dan ik dacht en hou ik het aan. Moet kunnen.

Dinsdag 18 december. 11.35 uur. Mijn laptops heb ik eerder al neergezet op mijn tijdelijke werkplek. Mijn mail is al doorgewerkt en het interview van vandaag zit er al op. Ik loop langs het raam van de commandant die meteen begint te grijnzen. Als hij de deur open doet roept hij enthousiast: ‘hé daar heb je onze asielzoeker weer.’

Dinsdag 18 december. 12.05 uur. Met hun kerstpakket in de hand lopen drie beroeps achter mij langs. Op weg naar een lunch thuis. Ik bedenk me dat ik ook best trek heb en haak aan bij de commandant die naar boven loopt met zijn boterham. Hij een bekertje cup a soup, ik een bekertje water en we nemen plaats aan de kantinetafel. Op het nieuws een bericht over de brandweer en de tv gaat harder. Even opletten.

Dinsdag 18 december. 12.22 uur. Aan het item komen we niet toe. Om 12.22 uur klinken twee piepers. Mijn brood laat ik uit mijn hand vallen. Ik ben de enige zonder pieper en weet er nog twee vragen uit te gooien: wat is de melding en wie is de bevelvoerder? ‘Meting gevaarlijke stof en ik’, zijn de antwoorden van de commandant. Ik storm de trap af. Ren naar de pakken. Ruk de laarzen van mijn benen, prop mezelf in de schoenen en trek de jas aan. ‘Vergeet je helm niet, vergeet je helm niet’, klinkt er in mijn hoofd. De helm van het rek en ik sta al naast de auto als ik de commandant nog zijn jas zie aantrekken. ‘Mooi, ik ben tenminste op tijd’, denk ik. Ineens realiseer ik me dat ik mijn rits van mijn schoenen niet dicht heb gedaan en zoek ik naarstig naar mijn handschoenen. Na die snelle check duik ik de auto maar in. Ik zie de commandant/bevelvoerder zorgelijk kijken en vraag me ineens af of ik wel meemag als ‘asielzoeker’ naar een meting met gevaarlijke stof. De auto vult zich snel met vrijwilligers en enkele beroeps. Te snel voor mij, blijkt. ‘Je moet eruit, want ik heb er genoeg’, laat de commandant/bevelvoerder weten. En daar sta ik dan. Pak aan, helm op, adrenaline in mijn lijf. Maar niet in een brandweerauto, maar ernaast…

Ik was er bijna…

(wordt vervolgd… wat mij betreft)


Een reactie plaatsen

Vuur

Ik (die mijn man een net gekookt ei laat afpellen omdat het te warm is) ga volgende week een veel hetere uitdaging aan. Ik ga mij een dagje begeven onder de ‘vuurvreters’ van Huizen. Geheel vrijwillig heb ik mijzelf een tijd geleden aangemeld. Toen nog vol vuur. Ik had er zin in!

Maar langzaam begint het mij een beetje te warm onder de voeten te worden. Brandweervrienden laten nu al geen enkel moment onbenut om mij het vuur aan de schenen te leggen. ‘Ik zou maar wat extra setjes kleding meenemen, het kan weleens zijn dat je nat wordt.’ En dan grapjes over mijn dagindeling: ‘jij krijgt het echt druk met de hele dag koffie zetten, water halen en andere facilitaire zaken.’. En ook redactiecollega’s waarschuwen mij voor een pittig dagje in de ‘mannencultuur’.

Ik krijg het er toch wel langzamerhand een tikkeltje warm van. En nee, dat is niet omdat ik warm loop voor mannen in uniform. Ook een vaak gehoorde ‘grap’ de afgelopen weken. Maar om er nu al als de brandweer vandoor te gaan… nee, dat is niks voor mij. Ik moet me ongetwijfeld het vuur uit de sloffen lopen en heel veel geintjes incasseren. Maar dat hoort erbij, want ‘die vuur wilt hebben, moet de rook verdragen’. 😉

En tenslotte heb ik weleens voor hetere vuren gestaan. Dus volg mij donderdag 19 juli op Twitter via #dagjebrandweer of kijk op huizen.dichtbij.nl.

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Goedemorgen

Ergens ver weg hoor ik gepiep. Heel ver weg. Langzaam komt het geluid dichterbij en ik vraag me af wat mijn wekker doet in mijn mooie droom. Wekker?! Ik schrik wakker, draai me om en geef het witte Hema-klokje een ferme mep. Pats! Uit! Ik zucht diep en plof terug in mijn kussens. Dekbed over mijn kop.

Om dan een half uur later weer wakker te schrikken. Geen snooze-functie op mijn simpele wekker. En dus haasten uit bed. Maar niet in de spiegel kijken, vlug douchen, drinkontbijt naar binnen laten glijden en snel nog wat brood in een half gepakte tas proppen. In de auto er achter komen dat het al tien voor half negen is en ik dus op tijd op het werk nooit meer ga redden. Dan natuurlijk ook nog eens moeten tanken, een tractor voor me hebben en dikke file in Hilversum. Gestresst ren ik de redactie op met nu al ruim een half uur achterstand op het schema van een drukke dag. Niks goedemorgen…

Dat was mijn ochtendritueel vroeger. Of eigenlijk pas een jaar geleden.

Tegenwoordig is de wekker een telefoon. En gaat die een uur vroeger dan vorig jaar. Nu druk ik m meteen uit en stap uit bed. Sluip zachtjes over de overloop. Geniet van het warme water en de rust. Tijdens het afdrogen gaat de douchedeur al een stukje open. Nog geen geluidje. Even later een klein gilletje en dan wat gebrabbel. Voorzichtig duw ik de slaapkamerdeur open. In een hoek van het bedje ligt een klein hoopje slaapzak. Het brabbelt hele verhalen tegen een smoezelige Dikkie Dik-knuffel. Bij een geluidje in de kamer komt er een bol koppie met blonde haartjes achter de rode kater vandaan. En een grote glimlach. Zo snel als ze kan gooit ze Dikkie Dik in een hoek en kruipt ze naar de spijlen van het bedje. Ze trekt zich op en strekt een armpje uit. Ik til haar op en voel de kleine warme handjes in mijn nek en haar zachte haartjes tegen mijn gezicht. Goedemorgen!