TekstBlok

verwondering en bewondering


Een reactie plaatsen

Gezocht: Larense brandweervrouw

brandweer, larenFoto: Bastiaan Miché

‘Waar zijn de saucijzenbroodjes? Want die trakteer jij toch altijd als je op brandweerkazernes komt’, vraagt een Larense brandweerman aan mij met een grijns op zijn gezicht. De oefenavond is ten einde, tenminste het actieve gedeelte. Het is nu napraten aan de bar. Voor een artikel ben ik ook weer eens aanwezig op een kazerne in de regio Gooi en Vechtstreek.

Saucijzenbroodjes heb ik voor de verandering eens een keer niet meegenomen. Maar wel een wedervraag: ‘Waar zijn de vrouwen hier?’ En dan blijft het stil in Laren… Want: ze hebben een prima kazerne, 4×4 brandweerauto om bos-/heidebranden goed te kunnen blussen, een speciaal rietkapteam, maar allemaal letterlijk bemand door Larense brandweermannen.

Langs de meetlat

Niks mis mee, maar in tijden dat de brandweerpost wel wat vrijwilligers erbij kan gebruiken zouden een paar brandweervrouwen niet misstaan. Dat vinden ze ook in Laren blijkt. ‘Niks voor jou’, vragen ze dan ook meteen. Tja… ik heb dan wel een klein uurtje eerder mezelf als slachtoffer laten redden door de brandweermannen, heel even een straalpijp vastgehad en een slang opgerold, maar ik weet het nog zo net niet. ‘Ik woon niet in Laren en ik ben te klein’, roep ik nog, maar daar nemen de mannen geen genoegen mee. De kleinste brandweerman van de post wordt geroepen en rug aan rug met mij gezet. ‘Scheelt maar een paar centimeter’, wordt er goedkeurend geroepen en postcoördinator Jeroen geeft aan dat iedereen wel ‘mindere kanten’ heeft. ‘Ik dacht vroeger dat ik niet in het plaatje zou passen van de grote, sterke brandweerman die ik voor ogen had. Maar ook ik heb mijn plek gevonden. Brandweer is teamwerk, je doet het met zijn allen. Je motivatie en je conditie zijn het belangrijkste en je moet een doorzetter zijn’, zegt Jeroen.

Saucijzenbroodjes

Op de post is alles verder al prima in orde voor de mogelijke brandweerdames: aparte kleedkamers en toiletten. En niet te vergeten een gastvrije ontvangst bij een divers korps. En mannen van Laren, bij deze de uitdaging: als jullie binnen nu en een jaar een vrouw zover krijgen dat zij zich aanmeldt bij jullie post, dan trakteer ik saucijzenbroodjes… Afgesproken!


Een reactie plaatsen

Kort

Maar 8 WhatsApp-berichtjes waren er voor nodig om een etentje met twee mannelijke vrienden af te spreken. In die 8 berichtjes zijn datum, tijd en locatie besproken en goedgekeurd door alle partijen. En dan moet ik er nog bij zeggen dat van de 8 berichten er 6 van mij waren… jawel de enige vrouw in de gezamenlijke appgroep. Daarentegen had ik met drie vriendinnen 93 WhatsApp-berichten nodig om tot een zelfde soort afspraak te komen.

Simpel

Voordat je denkt dat er dan in de appgroep met dames over nog veel meer gesproken is: nee, eigenlijk niet. We hebben het niet over de kinderen gehad, niet over ons werk. Alleen maar over datum, tijd en locatie. Waarbij de datum meestal de eerste hobbel is. Want we zijn allemaal druk, druk, druk doordeweeks en dus komt het vaak op het weekend neer. Jawel dat weekend waarin we ook met onze echtgenoten en kinderen graag wat leuks willen doen of nog verjaardagen gepland hebben. Als dan eenmaal de datumhobbel genomen is komen er vaak nog genoeg appjes voorbij over locatie en invulling. Lunch? Of toch maar high tea? En het liefst niet in een al te kinderrijk restaurant, want tussen jengelende kinderen zitten we de hele week al ;-). En dat is nog best een uitdaging: op zondag een locatie vinden waar weinig gezinnen te vinden zijn. Wordt die locatie goedgekeurd door alle dames in de groep dan lijkt alles in kannen en kruiken. Maar… vaak wordt de datum nog een paar keer aangepast. Blijkt de gewenste locatie vlak van tevoren ineens het decor van een of ander muziekfestival. En tja, we gaan toch vooral voor het bijkletsen zonder herrie dus… zo zijn wij weer een paar appjes verder.

In de appgroep met twee mannelijke vrienden is het een stuk simpeler: één van ons gooit 1 of 2 data’s in de groep. We kiezen er een. Meestal doen we gewoon een diner. Niemand weet waarom we geen lunch doen, maar daar wordt niet over gesproken. En aangezien één van de twee een enorme biefstukliefhebber is komen we altijd bij Loetje uit. Lekker simpel.

Waterval

Het schijnt iets met de oertijd te maken te hebben. Waarin de mannen op jacht gingen en heel doelgericht en kort moesten communiceren. En de vrouwen achterbleven en vooral het sociale communiceren op zich namen. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat vrouwen rond de 20.000 woorden op een dag gebruiken. Mannen komen tot 7.000. Ik gok overigens dat ik zelf tot zeker 30.000 woorden per dag kom… Met dank aan de digitale mogelijkheden en mijn voorliefde voor schrijven (of beter gezegd typen) uit dat zich ook in mijn WhatsAppjes. Ik ‘praat’ daarin net zoals ik live zou doen. Stort soms een enorme letterbrij uit. Een waterval van woorden. Waar in de met mannen gevulde appgroepen dan weer nauwelijks op gereageerd wordt. Of… alleen met een hele simpele opmerking, vaak maar één woord. Of een duimpje omhoog. Of een smiley. Net zo helder.

Wie dan denkt dat ik mij veel meer op mijn gemak voel bij de vrouwen heeft het mis. Ik waardeer enorm de gesprekken, de goede vragen en vooral ook het doorvragen, de tips, de troostende woorden van mijn vrouwelijke vrienden. Maar soms is het voor deze spraakwaterval ook goed om juist een man tegenover me te hebben. Eentje die gewoon met een paar woorden, soms zelfs alleen een blik, duidelijk maakt waar het om draait. Lekker kort maar wel helder.


Een reactie plaatsen

Door het vuur

brandweer hilversum door het vuur

foto: Erik Smit 

‘Wordt het niet eens tijd dat JIJ door het vuur gaat?’ Met die simpele vraag begon de uitdaging die ik twee weken geleden aanging. Na het meelopen tijdens diverse oefenavonden, een dagdienst op de brandweerpost Huizen en een uitruk daar ontbrak de kennismaking met het vuur nog volgens een ervaren brandweerman. En dus belandde ik vrijdag 30 november ineens op een oefencentrum in Arnhem, samen met 15 brandweermannen en 1 brandweervrouw van brandweerpost Hilversum.

Twee weken eerder was ik nog ontzettend enthousiast over het idee om met een bluspak, helm en ademlucht een brandend pand of container in te gaan. Maar naarmate de oefendag dichterbij komt wordt het mij wat heet onder de voeten… Zoals eerder bij een dagje brandweer op de post Huizen vliegen de waarschuwingen vooraf mij om de oren.
Zoals een paar dagen voor de oefendag, waar ik bij het passen van een pak en helm te horen krijg dat als er wat gebeurt er een chip in mijn helm zit om mij te identificeren. Fijn en geruststellend zou dat moeten zijn, maar zo voelt het niet. Verder passeren ‘kijk maar uit, brand je handen niet’ en ‘gewoon plat gaan liggen’ ook de revue. Maar tussen de grappen door lees ik ook vooral serieuze opmerkingen over de professionele oefendagen en het vertrouwen onderling. Dat blijkt ook als ik vooraf van de heren op de ademluchtwerkplaats in Hilversum veel uitleg en alle tijd krijg om het lopen met ademlucht te testen.

Gelukkig begint de oefendag vuurloos. Het omgaan met de diverse blustechnieken is de eerste stap. Maar daarna komt er oefenen met vuur… zenuwachtig doe ik mijn ademluchttoestel op mijn rug, koppel het mondstuk aan mijn masker en probeer mijn fles open te draaien. Gelukkig is er hulp… En na een check of er echt geen stukje huid te zien is en een extra check of het masker goed zit mag ik een container instappen. Instructeur Wim legt uit dat het vuur op dit moment nog niet zo heet is. In zijn beleving als ervaren brandweerman tenminste… De brandhaard is vergelijkbaar met één bankstel in de brand. De temperatuur gaat zeker richting de 500 graden vertelt Wim. Ik zit halverwege de container en voel het vuur branden op mijn knieën. Dwars door mijn beschermende pak heen. Au…

Vuur bedwingen

door het vuur brandweer hilversum

Wat hadden ze ook alweer gezegd? Kalmte kan je redden. En dus: adem in, adem uit. Maar het went. En dat komt vooral door de rust om me heen. Allemaal ervaren brandweermensen die met ontzettend veel enthousiasme uitleggen hoe zij rook lezen, risico’s inschatten, blussen en… dus het vuur bedwingen. Of zoals een ervaren brandweerman uitlegt: jij bent de baas over het vuur. Jij bepaalt hoe ver het mag komen. Hij is ook diegene die mij meeneemt tot heel dichtbij de vuurhaard. Om even te voelen hoe warm het daar is. En even later, na een halfslachtige bluspoging van mijn kant met het drukluchtschuimsysteem, uitlegt hoe dat systeem werkt en wat de voor- en nadelen zijn ten opzichte van het met alleen water blussen.

Na de lunch trekken we weer naar het oefenobject en dan voor een heviger brand. Alsof het inmiddels de normaalste zaak van de wereld is dat ik mee oefen word ik door ‘mijn ploeg’ opgepikt en weer meegenomen naar binnen. Oei… dit is warmer dan warm, boven de 500 graden zeker. En… om dat te creëren gaan er wat deuren dicht. Dit is nieuw en een stuk enger. Want rook en dus geen zicht. Ik merk dat ik wat sneller ga ademen. Maar wederom is er de rust en concentratie bij de mannen en vrouw om me heen. En elke keer de check of het goed met me gaat. Dat zorgt ervoor dat ik met groot respect kijk naar de inzetten die gedaan worden. Maar ook verwonder ik me over verschijnselen van ‘dancing angels’, vlampatronen, op het plafond. En bekijk nieuwsgierig de rookgasontbranding, flash over, die voor mij gecreëerd wordt.

De laatste inzet is een binnenbrand en met de instructeur mag ik mee naar binnen als waarnemer. Samen zitten we in de rook van een fikse autobrand in een nagebootste garage/bedrijfspand. Het voelt nog steeds tegennatuurlijk om te blijven zitten terwijl de rook dikker wordt, het zicht slechter en de warmte heviger. Het is bijzonder om te zien hoe de aanval door de blusploeg ingezet wordt en er nog een brandhaard opgespoord wordt.

’s Avonds thuis kan ik alleen maar denken: het was warm. Het was zweten. Het was leerzaam. Het was… bijzonder. Een vuurdoop om nooit te vergeten.


Een reactie plaatsen

Gezwam = rectificatie?

rectificatie
‘Wanneer eis je nu een rectificatie’, vroeg een klant laatst. Tja, nooit. Regel 1: EIS NOOIT een rectificatie bij een journalist. Voordat je in blinde woede een journalist ‘afblaft’ en of virtueel door de telefoon heen trekt, vraag je eerst af of een rectificatie wel HET middel is om een fout te corrigeren. Een rectificatie is in veel gevallen namelijk nogmaals aandacht vragen voor de fout. Dat wil je natuurlijk niet. Zie de foto bij deze blog. Een klein foutje. 1 letter verkeerd, maar in de rectificatie wel weer de nadruk op het negatieve artikel over je organisatie…
Dit is een simpel foutje. Iets dat waarschijnlijk 99 procent van de lezers helemaal niet is opgevallen. Het irriteert jou. Ongetwijfeld. Maar het is geen dramatische fout. Je bedrijf/instelling of jijzelf loopt geen enorme schade op. Kortom: lekker laten zitten. Tenzij het je bedrijfsnaam betreft en je gewoon nogmaals gratis publiciteit wilt… ;-). Maar dan nog… EIS geen rectificatie. Bel de journalist op en geef aan waar volgens jou een fout zit. En kijk dan samen naar een oplossing. Alleen online aanpassen of ook nog in de printversie?
Maar ben je daadwerkelijk fout geciteerd, staat er iets in een artikel dat jou en of je bedrijf/instelling echt schade toebrengt? Dan kun je gerust om een rectificatie VRAGEN. Jawel, vragen. Dat is gewoon een normaal gesprek aangaan met een journalist, de fout aangeven en vragen of hij of zij dat kan oplossen. Met bijvoorbeeld een rectificatie. Een simpele vraag, zodat je over een tijd nogmaals bij die journalist kunt aankloppen met een persbericht, verzoek, vraag… Je hebt elkaar tenslotte nodig. Nieuws maken we samen… 😉
http://www.tekstblok.nl


Een reactie plaatsen

IJskoud

De laatste keer dat ik bij haar zat was ergens in maart 2011. Ik 30 en zwanger. Zij 61 en ziek. Mailen (lees: typen) lukte nauwelijks meer. Bellen (lees: praten) ging nog redelijk. Maar ook dat kostte haar moeite. En dus ging ik langs. Niet wetende dat het de laatste keer zou zijn dat ik haar zou zien.

We spraken zoals altijd niet alleen over haar ziekte. Maar ook over het leven. Het leven dat zij zo omarmde. Altijd al had gedaan. Tot 2008. Na diverse klachten kreeg de actieve Huizense te horen dat zij ALS had. Een doodvonnis. Al in 2009 belandde zij in een rolstoel. Het jaar waarin ik haar ontmoette. Tijdens het Maatschappelijk Diner in Huizen waar ze tussen de tafels door slalomde om sponsoren te vinden voor haar doel: een actie opzetten om aandacht te vragen voor ALS. Ik was daar als journalist en vond haar verhaal triest, maar de manier waarop zij het vertelde bijzonder. Zonder schroom vertelde zij me alles over haar ziekte, het grillige verloop en haar komende doodvonnis.

Onder het genot van een kop thee spraken wij over zeldzame ziektes. Waar (hoe vreemd het ook mag klinken) eigenlijk te weinig mensen aan lijden. En waar dus de farmaceutische sector geen brood in ziet voor verder onderzoek of een medicijn. Ze vertelde ook over de trage besluitvorming in Nederland die het leven haar niet makkelijker maakte. ALS verloopt grillig en snel. Gemiddeld leven patiënten drie jaar na de diagnose. Had ze net een aanvraag de deur uit gedaan voor een gewone rolstoel en rollator, dan was ze eigenlijk alweer aan een scootmobiel toe. Het kon haar overigens niks schelen met welk hulpmiddel zij ergens moest komen. Haar wil, haar doel, was sterker dan haar schaamte.

En ze kwam er. In 2010 werd in Huizen een fietstocht voor ALS georganiseerd! Conny wierf sponsoren, regelde de locatie. Tussendoor bestelde ze nog even een nieuw bed met matras. Nodig omdat ze niet meer boven kon slapen…

Ik probeerde met artikelen in de lokale krant en later het dagblad haar verhaal over te brengen. Maar eigenlijk bestond er geen betere ambassadeur dan zij zelf. Ergens in april 2011 hadden wij nog telefonisch contact. Spreken ging toen bijna niet meer.

In de eerste dagen van mijn zwangerschapsverlof moest ik horen dat de door haar geplande wandeltocht voor ALS werd afgelast. Niet vanwege te weinig sponsoren. Nee, daar had ze nog wel voor gezorgd. Maar vanwege haar overlijden. Conny Deenik werd niet ouder dan 61 jaar. Maar leeft nog altijd voort in mijn gedachten.

Haar kracht. Haar woorden. Haar acties. Ze zeggen mij meer dan een emmer ijskoud water op mijn hoofd. Ze had eens moeten weten dat bijna de hele wereld nu van ALS zou weten. Dat er geld binnen zou stromen. Voor onderzoek. Voor hulp tijdens de ziekte. Voor… de toekomst van velen.

En dus geen emmer voor mij. Maar wel een donatie.


Een reactie plaatsen

Geen tijd te verliezen

Het is 00.34 uur. Ergens in de verte hoor je gepiep. Je sliep net zo lekker en het duurt even voordat je wakker wordt. Je luistert nog een keer goed en springt uit je bed: de rookmelder! Als je de slaapkamerdeur opent zie je de rook al in het trapgat. Je belt snel 112 en weet via het slaapkamerraam veilig je huis te verlaten. 

Buiten sta je te wachten. Na zo’n acht minuten staat daar een grote rode auto. De vlammen likken inmiddels aan het houtwerk van de bovenverdieping en je woonkamer is in rook gehuld. Maar gelukkig is daar de brandweer. Je wacht tot de ploeg uit de auto springt en ten aanval gaat. Maar minuten verstrijken en er gebeurt niks. Ze blijven zitten. Ze discussiëren en gebaren naar elkaar. Door het open raampje hoor je wat ze zeggen. Ze zijn het niet eens met elkaar. De eerste aanvalsploeg roept wat over ‘te gevaarlijk’. Nummer drie en vier wachten een besluit af. De bevelvoerder is nog aan het discussiëren met de meldkamer over de melding en de chauffeur kijkt hulpeloos om zich heen… 

De brandweermensen die dit lezen denken dat ik gek ben. Dit kan in het echt niet. Dan is er in de auto op weg naar de calamiteit al kort gesproken, soms gediscussieerd, over de melding. De bevelvoerder neemt kordaat de eindbeslissingen en nog voor de auto stilstaat weten de 1 en 2 op de auto al wat ze moeten doen. Het draait om snel denken, snel beslissen en snel handelen. Met één doel: mens en dier redden, mits dat veilig kan. 

Toch is bovenstaande situatie niet uit de lucht gegrepen. Sterker nog; oeverloze discussies zorgen in sommige brandweer-/veiligheidsregio’s voor stuurloze korpsen. Brandweerland is in beweging en daarbij horen heel veel nieuwe (spannende) trajecten en projecten. Ja, dat is moeilijk. Ja, een besluit kan ook fout uitpakken. En ja, het nemen van een goede beslissing kost tijd. Maar ondertussen is er geen tijd te verliezen! Het zou goed zijn voor de top van de brandweer- en veiligheidsregio’s om mee te gaan op de auto’s. Daar waar beslissingen wel snel en kordaat genomen worden en dat terwijl de risico’s veel groter zijn.


Een reactie plaatsen

Geen woorden

Ik praat (en typ) soms sneller dan ik denk. Woorden vliegen uit mijn mond. Rechtstreeks van zender naar ontvanger. Met een boodschap die niet altijd overkomt zoals ik hem heb bedoeld. De ene keer ligt dat aan mij. De zender. Niet goed nagedacht. Slecht verwoord. De andere keer ligt het aan de ontvanger. Verkeerd geïnterpreteerd. Niet goed geluisterd.

Soms ligt het aan de boodschap. Hard en rauw. Niet mooier te maken met lieve woorden. Woorden kunnen raken. Zinnen in een boek die omschrijven hoe je je voelt. Het verhaal van een ander dat je ontroert. Of boos maakt. Misschien wel verdrietig.

Zinnen, woorden, letters. Daar draait het voor een groot deel om in mijn leven. Ik klets graag. Typ nog liever. Ik denk niet in beelden, maar in klinkers en medeklinkers. Ik proef, ruik, voel, hoor en zie en zet dat om in woorden. Zoals onlangs op die miniatuurautobeurs. Rijen met mannen. De gemiddelde leeftijd 50. Veel met snor. Donkere jassen, geruite overhemden en spijkerbroeken. Een lucht van koffie en shag om zich heen. Af en toe een verdwaalde vrouw die achter haar man aan hobbelt. Mannen met hun handen vol met ritselende plastic tassen. Grote glimlach op hun gezicht. Elkaar wegduwend bij de stands, het lijkt de Huishoudbeurs wel.

Daar, tussen al die mannen, staan twee bijzondere. Mannen. Beiden hebben weinig woorden nodig om te zeggen wat zij vinden en denken. Soms een drama om mee te communiceren voor een talig ingesteld type. Maar inmiddels weet ik het te waarderen. Kort van stof. Lekker helder. Geen franje. Duidelijk.

De een lacht wat en haalt een door de ander zo gewilde miniatuur uit zijn zak. De trouwauto van de een bleek in kleine vorm bij de ander in zijn kast te staan. Best wat waard, want zeldzaam zo blijkt na een uur lopen op de beurs. Toch verwisselt de auto ‘zomaar’ van eigenaar. Een cadeau. Met een lach en ferme handdruk in ontvangst genomen. En de gever? Die krijgt van mij een dikke zoen. Want soms zijn er geen woorden nodig.