TekstBlok

verwondering en bewondering


Een reactie plaatsen

Uitgerukt

Ik had me voorgenomen om een prachtig verhaal te schrijven over mijn eerste uitruk bij de brandweer. Dat moest dan wel even gebeuren op de dag dat ik mee mocht lopen, juli 2012. Want: alles officieel geregeld. Maar… geen uitruk.

Ik baalde enorm, maar regelde bij de commandant dat ik vaker langs mocht komen. Zonder zekerheid op een uitruk. Want: niks officieel geregeld. Als ‘asielzoeker’ vond ik in de maanden na mijn #dagjebrandweer een plekje op de kazerne. Tussen interviews door sjeesde ik naar ‘de brandweer’ om daar te wachten op… 

Trouwe lezers van mijn blog konden in de vorige lezen dat het bijna lukte. Maar: geen plek en dus geen uitruk. 2012 ging voorbij zonder echte actie voor mij. Niet dat ik niks leerde op de kazerne. Elk moment daar was een mooie leerschool voor mij, bijdehand journalistje. In 10 jaar journalistiek in de regio was ik al behoorlijk bijgepraat over aanrijtijden, TS’en MDT’s… Maar wat het werk (of in veel gevallen de hobby) nu echt betekende, dat leerde ik de afgelopen tijd beetje bij beetje.

Tenminste, de theorie. Want over de praktijk kon ik niet meepraten, laat staan schrijven. Jaloers volgde ik meerdere malen vanuit huis de P2000-meldingen. Tot dinsdag 8 januari 2013, 14.13.08 uur, automatische melding in een woonzorgcentrum.

Een beetje verdwaasd ren ik de remise in, peuter de veters van mijn schoenen los en prop me in de broek die klaar staat. Jas aan, helm op. En daar sta ik weer, te springen naast een brandweerauto. Om te voorkomen dat ik er weer uitgerukt moet worden vlak voor vertrek, zoek ik nu een heenkomen naast de auto. De zwaailichten gaan al aan als iemand roept: ‘Kom’ en ik de auto word ingesleurd.

Tijd om te beseffen dat ik nu echt een uitruk meemaak heb ik niet. Ik dacht altijd: dat is vast even genieten van over de weg scheuren met zwaailicht en sirene aan. De praktijk blijkt anders. In een korte tijd worden de gezellige mannen met wie ik net nog relaxed heb geluncht een geoliede machine.

Ik zit tussen twee vrijwilligers en verwonder me over de snelheid en nauwkeurigheid waarmee de pakken worden ‘gevuld’ met benodigdheden: zaklamp, koolmonoxidemeter. De ademluchtflessen gaan om. De bevelvoerder heeft contact met de meldkamer en verwerkt daarnaast de informatie die al binnen is gekomen. Hoe rijden? Waar parkeren? Wie gaan er eerst mee naar binnen? Wat is het plan?

Er wordt nog even gediscussieerd over de beste parkeerplek, maar de beslissing wordt snel en kordaat genomen door de bevelvoerder. De chauffeur houdt ondertussen zijn hoofd koel en rijdt verder, blik op de weg.

En dat alles gebeurt in een klein minuutje.

Bij aankomst knipper ik met mijn ogen en voordat ik het weet staan er al drie man binnen. Ik sta naast de auto te wachten. Een van de beroeps legt me uit dat ik bij echte actie zometeen het beste bij de chauffeur kan blijven om hem, eventueel, te helpen. Ik bedenk me dat ik niet zou weten waar ik mee kan helpen. Alles gaat zo snel en zo gesmeerd, daar kan ik vast niks aan bijdragen.

Even later wordt duidelijk dat de melding meevalt: een bewoonster wilde oliebollen opwarmen en dat zorgde voor wat rookontwikkeling. De jassen gaan los en we stappen weer in de auto. Daar gaat de discussie over de beste parkeerplek nog even door. Het blijkt dat de beste keuze is gemaakt. Netjes worden we weer afgeleverd op de kazerne. De bevelvoerder draait zich nog even om en zegt: ‘Mannen en vrouw, bedankt voor jullie inzet weer en tot de volgende keer…’ En ik denk: graag!